“Jij en ik, mijn meisje.”
Ik was 24 toen ik mama werd van Riley. Nog jong, zouden velen zeggen. “Je hebt het leven nog niet gezien,” fluisteren mensen die mij niet écht kennen. Maar de mensen die wél dichtbij me staan, weten beter. Ze weten dat ik het leven al vroeg begon te proeven. Dat ik op jonge leeftijd al geleefd heb, gevallen ben, recht ben gekrabbeld, genoten heb, verloren ben, en weer gekozen heb voor mezelf.
Toch… niets, echt helemaal niets, had me kunnen voorbereiden op dit.
Op dat moment dat ze me ziet.
Die oogjes die oplichten.
Die kleine handjes die zich afduwen van de grond, haar knietjes die haar richting mij dragen, zo snel ze kan.
Dat gezichtje, opengebloeid in pure vreugde.
Alsof haar hele wereld weer klopt omdat ik er ben.
En wanneer ik haar dan optil, haar tegen me aan voel, haar lach hoor en haar warmte voel… dan weet ik: dit is het.
Dit is waarvoor ik leef.
Elke keer opnieuw geeft ze me kracht. Energie. Zin om te blijven gaan. Niet omdat het moet, maar omdat mijn hart overstroomt van liefde.
Zij is mijn grootste avontuur. Mijn diepste geluk.
En dit gevoel – het is niet in woorden te vatten, maar als jij dit als mama leest, dan voel je het misschien tussen de regels door.
Dat pure, rauwe, onvoorwaardelijke.
Dat wat alles overstijgt.
Moederschap.
